Columns van het bestuur van de Stichting
| December 2011 | Geriefhoutbosjes | |
| November 2011 | Wat is bovenland en hoe is het ontstaan? | |
| Oktober 2011 | Legakkers in het Gagelgebied | |
| September 2011 | stadsmens in de polder | |
| Augustus 2011 | Hooitijd | |
| Juni 2011 | Samen | |
| Mei 2011 | Een openluchtmuseum aan de Bovendijk | |
| Maart 2011 | De weidemolen |
Geriefhoutbosjes
Stichting De Bovenlanden bezit drie geriefhoutbosjes aan respectievelijk de Veldhuisweg (bosje van Floor),
de Wilnisse Zuwe (landje van Herman) en de Bovendijk.
Geriefhoutbosjes werden al sinds de ontginning van het veen aangelegd door de boeren.
De bosjes voorzagen in het gebruiks-of geriefhout voor de boeren. Dat was bijv. hout voor koeienstaken in de stal,
bonenstaken en rijshout in de moestuin, hout voor de afrastering van akkers, brandhout voor het fornuis
in de kaasmakerij enz. De bosjes gaven ook schaduwrijke plekken voor het vee en om te melken.
Ook hoort men wel dat de bosjes gebruikt werden om aan de pest overleden dieren te begraven.
Daar heeft men bij opgravingen echter geen bewijs voor kunnen vinden.
Tegenwoordig is er geen direct nut meer voor de boeren. Het is dus begrijpelijk dat deze bosjes verdwijnen.
Zo waren er rond 1900 in het gebied tussen Wilnis en Woerden nog zo’n 200 van die bosjes, nu nog maar enkele tientallen.
Het zijn voor het veenweidegebied karakteristieke landschapselementen, die zorgen voor de variatie in het landschap.
Ze zijn omgeven door een ringsloot zodat het vee er niet bij kan komen.
Vooral aan de eilandzijde
is daardoor een ruige oevervegetatie aanwezig, ideaal voor insecten (bijv. juffers en libellen) en hun predatoren.
De bosjes hebben nu nog cultuurhistorische, landschappelijke en biologische waarde. Provincies geven daarom
subsidies voor het in stand houden van die bosjes, maar dat zal gezien het huidige regeringsbeleid afnemen.
De bosjes bevatten vaak erg oude stobben of kniestoven in de meest grillige vormen. Het hakhout werd meestal na een
aantal jaren op kniehoogte afgezet.
De bosjes, vooral, die verder in het land liggen vormen een ideale schuilplaats voor allerlei dieren, zoals kikkers en padden, maar ook vogels. In ons bosje aan de Bovendijk nestelt zich al jaren een buizerdpaar. Ook zijn daar uilen waargenomen. Meer dan honderd plantensoorten komen voor in deze bosjes. En dat zijn meestal weer andere soorten dan in het omringende grasland. De bosjes geven dus extra biodiversiteit aan het veenweidegebied en het behoud ervan is alleszins de moeite waard.
Dit is de vijfde column van stichting De Bovenlanden. Zo wil de stichting u op de hoogte houden van de ontwikkelingen
op hun natuurterreinen.
Met het dichtdraaien van subsidiekranen door de regering zijn we steeds meer afhankelijk van onze donateurs en
sponsors.
Voor € 7 per jaar bent u al donateur (tel. 256755).
Jan van ’t Riet, oud-voorzitter Stichting de Bovenlanden
Legakkers in het Gagelgebied
De veengebieden in West-Nederland zijn vele honderden jaren gebruikt voor de energievoorziening. Het veen werd afgegraven of opgebaggerd, vervolgens gedroogd en dan als turf verbrand. Het drogen van het veen gebeurde op legakkers. Naarmate de tijd vorderde, werden de watergangen tussen legakkers breder en de legakkers smaller. Uiteindelijk ontstonden er grote plassen, zoals de Vinkeveense plassen.
Maar er is ook op een kleinschalige manier verveend. Een voorbeeld hiervan vindt u tussen de weilanden ten zuiden van Wilnis; tussen het dorp en de Gagelweg. Hier is in de 1ste helft van de 19de eeuw veen afgegraven voor plaatselijk gebruik. Na enkele tientallen jaren werd de vervening weer gestopt. De gevolgen zijn echter nog steeds zichtbaar. In dit gebied zie je smalle, lange legakkers en daar tussen brede watergangen. Het is een prachtig natuurgebied geworden met een grote cultuurhistorische waarde. Langs de oevers groeien veel planten zoals wilgenroosje, leverkruid, wilde bertram, lissen en vele andere soorten. Vissers hengelen hier graag.
Sinds 1992 heeft Stichting De Bovenlanden een deel van deze legakkers in beheer gekregen. Het doel van de stichting is om deze karakteristieke elementen van het landschap in de Ronde Venen te behouden.
Het periodieke beheer bestond lange tijd uit 2 maal per jaar maaien en de houtopslag weghalen. Omdat de legakkers in de loop van de tijd sterk afkalfden, is er een plan opgezet om de oevers van de legakkers te beschermen met een natuurvriendelijke oeverbescherming. Deze bestaat uit een dubbele palenrij met daartussen wilgentenen. Tussen de palenrij en de legakker is de oever aflopend gemaakt, zodat er een overgang ontstaat van natte naar droge gronden. In 2001 is de eerste fase van dit project afgerond. In de jaren daarna werden de overige legakkers, die Staatsbosbeheer in eigendom had, eveneens door de stichting in erfpacht verkregen. In 2006 is ook rond die legakkers een oeverbescherming aangebracht.
Het beheer van de legakkers in dit mooie gebied is intensief. Vooral de aanleg en het onderhoud van de oeverbescherming is kostbaar. Ondanks dat er voor de aanleg subsidie is verkregen, moet ook de stichting een deel financieren. Wij zijn daarom erg blij met de bijdragen van onze donateurs. Draagt u het werk van de Stichting De Bovenlanden een warm hart toe dan nodig ik u uit donateur te worden. Voor € 7,- bent u al donateur.
Otto van Asselen, voorzitter Stichting de Bovenlanden
Wat is het bovenland en hoe is het ontstaan?
De vorming van het bovenland is begonnen met het ontstaan van veen, zo’n 10.000 tot 5000 jaar geleden. De zeespiegel steeg toen snel vanwege het smeltende ijs uit de ijstijd. Hierdoor ontstonden afgesloten zeeën, waar het veen alle tijd kreeg om te groeien. Rond 1000 na Christus is de verspreiding van het veen in West Nederland op zijn hoogtepunt, het veen ligt op dat moment enkele meters boven de zeespiegel! Er trekken bewoners naar dit gebied. Vanaf dat moment begint de ontginning: heide en rietvelden worden platgebrand en uit het moerassige landschap wordt het water afgevoerd via evenwijdig aangelegde kanalen met daartussen smalle stroken land. Hierdoor wordt het moeras beter begaanbaar. Om de landbouw in het veengebied te beschermen tegen afslag van de zee, worden de gebieden bedijkt. Tegelijkertijd wordt de afvoer van water uit het veengebied steeds lastiger, want als veen uitdroogt krimpt en verteert het, waardoor het landoppervlak daalt. Hierdoor komt het grondwater relatief hoger te liggen. In de 15e eeuw wordt er overgestapt van akkerbouw naar veeteelt, omdat de grond voor veeteelt natter mag zijn: het veenweidelandschap.
In de 17e eeuw wordt er steeds meer turf gestoken en op verschillende plaatsen ontstaan er plassen.
In de 18e eeuw bestond de Ronde Venen uit grote waterplassen, waarna men begonnen is met het droogleggen van deze
plassen: de droogmakerijen. Hierbij werd niet alleen het water uit de droogmakerij weggepompt, maar ook uit het
land daaromheen. Hierdoor droogde het veen nog verder uit en daalde het landoppervlak nog verder.
Op dit moment liggen de meeste veengebieden onder de zeespiegel. Dit ligt gedeeltelijk aan de stijging van de
zeespiegel, maar voor het grootste deel is dit te wijten aan menselijk handelen: afgraven van turf, afwatering,
inpoldering, bemaling en zo voorts.
De hooggelegen stroken land tussen de droogmakerijen in, waar het veen niet afgegraven is, wordt het bovenland genoemd.
Het zijn hooggelegen restanten van het middeleeuwse veenlandschap. Het bovenland ligt dan ook enkele meters
hoger dan de drooggemalen polders zoals Wilnis-Veldzijde en de polder Groot -Mijdrecht.
De Stichting De Bovenlanden stelt zich tot doel het bovenland, met daarin de kenmerkende landschapselementen,
te beschermen en de mensen bewust te maken van de waarde van dit landschap.
Annemiek Melsen, bestuurslid Stichting de Bovenlanden
Stadsmens in de polder
Omdat we regelmatig mensen ontmoeten die vragen: ‘Wat doen jullie nu eigenlijk’, vonden we het een goed idee om een keer per maand iets te vertellen over onze Stichting en … onze activiteiten. We zijn blij dat we in deze column de gelegenheid krijgen u te informeren over de verschillende zaken waar wij mee te maken hebben en/of waar we mee bezig zijn.
Als je als oud-Amsterdammer hier in de regio komt wonen, is dat best wel even wennen. Je komt terecht in een totaal andere omgeving en na korte tijd merk je dat dát eigenlijk is wat je wilde. Je vindt ruimte, het is niet overal zo’n gekkenhuis, je kunt overal dichtbij je auto kwijt en heel veel dingen zijn per fiets te bereiken. Kortom: Je woont ‘buiten’.
Mensen die al wat langer hier wonen beseffen (en waarderen) het misschien niet meer zo, maar wat ís het een prachtige omgeving waar we wonen. Waar kun je nog zó ver kijken over een prachtig groen gebied, vol koeien en schapen met sloten die het land in keurige blokken verdelen. Waar hoor en zie je overal zoveel vogels ? Ik was, toen ik hier kwam wonen, meteen enthousiast toen ik in contact kwam met Stichting De Bovenlanden, want dat was voor mij dé manier om wat meer te weten te komen over de natuur in deze omgeving.
Legakkers beschermen tegen afkalving…
Inmiddels woon ik nu al twintig jaar hier, mag ik meewerken als bestuurslid en heb ik veel geleerd over de natuur
en vooral over de gebiedjes hier in onze regio die behouden moeten blijven voor de toekomst. Als je in het Groene
Hart een aantal natuurgebieden beheert en onderhoudt, dan word je je steeds meer bewust hoe belangrijk het is dat
er vrijwilligers zijn die helpen om wat mooi is – ook mooi te houden.
Van Stichting De Bovenlanden heb ik veel geleerd. Als stadsmens had ik van heel veel zaken geen idee en woorden als kleiput, legakker, kreekrug en geriefhoutbosje zeiden me niets. Maar van veel excursies en van knot- en hooidagen in de verschillende gebiedjes kom je steeds meer te weten en leer je veel. En… ga je steeds meer van die ‘natuur vlakbij’ houden.
Leuk dat zo’n organisatie die zich vooral bezig houdt om mooie gebiedjes hier in de buurt voor de toekomst te behouden, dat al 25 jaar doet en – zoals duidelijk blijkt – daar volop mee door gaat. Dat knotten en hooien is best leuk werk. Als u een keer mee wilt doen : alle hulp is welkom en zo af en toe een ochtend buiten met de natuur bezig zijn geeft je veel voldoening.
Martin Kemperman, Secretaris Stichting De Bovenlanden
Hooitijd
De afgelopen weken was er volop beweging op de natuurgebiedjes van de Stichting De Bovenlanden.
Om deze kwetsbare natuurgebiedjes te behouden moet er één of twee keer per jaar gemaaid worden.
Doe je dit niet dan heb je binnen een paar jaar alleen maar riet en bos.
Dit maaien kan niet met groot materieel. Machines zouden vast komen te zitten in het natte grasland.
Er wordt dan ook gemaaid met klein materieel en een handmaaier.
Om het schrale grasland te behouden moet er vervolgens wel gehooid worden.
Het maaisel mag niet blijven liggen. Dat hooien kan alleen ouderwets met een hark en een hooivork.
Ik mag uit ervaring spreken; dit is zwaar werk.
Gelukkig krijgen we hiervoor hulp van vrijwilligers, onder ander van de knotgroep en de LEU (landschaps erfgoed Utrecht).
LEU zorgt ook voor de harken en hooivorken.
Boer Samsom van de Gagelweg komt met de hooiwagen.
De pauzes tussen het hooien zijn heerlijk. Loom liggen we tussen het naar reukgras en munt geurende hooi te genieten van koffie met koek. “Hoor, een zwarte stern. Kijk eens wat een kieviten. Oh wacht, er zit een kikker op mijn broodtrommel.”
Gesterkt door de koffie en de koek gaan we weer aan het werk.
Aan het eind van de middag zit de hooiwagen vol.
We turen over de horizon en verlangen alweer naar het volgend voorjaar. Dan zal het hier weer vol staan met de meest prachtige weidebloemen in een schitterend kleurenpalet.
Dank zij onze noeste arbeid !
Dit is een column van Stichting De Bovenlanden.
Zo wil de stichting u op de hoogte houden van de ontwikkelingen op hun natuurterreinen.
Draagt u het werk van de Stichting De Bovenlanden een warm hart toe dan nodig ik u uit donateur te worden.
Vanaf € 7,- bent u al donateur.
Anja de Kruijf, Bestuurslid Stichting De Bovenlanden
Samen
Laat ik deze column beginnen met een klein stukje geschiedenis. Ruim 25 jaar geleden is Stichting de Bovenlanden opgericht door Milieuvereniging Leefbaar Mijdrecht-Wilnis en de Hengelsportvereniging Wilnis. Hoe deze partijen elkaar gevonden hebben is me niet duidelijk. Hun doelstelling staat keurig op de website vermeld. Wel weet ik, dat je als visclub een gepast midden moet bewaren tussen de belangen van de vissers en de belangen van de natuur. Ik denk dat het toenmalige bestuur van de visclub het hart voor de natuur op de goede plaats had, maar dat ze de visclub niet in een natuurvereniging wilden veranderen. Daarom is dus gekozen voor een nieuwe stichting. In het bestuur van Stichting De Bovenlanden zit altijd een afgevaardigde van de visclub. Tot zover de geschiedenis.
Nog steeds komt er een zekere input vanuit de visclub in de Stichting.
Veel natuurverenigingen hebben vooral aandacht voor de natuur boven het wateroppervlak. Vissers zijn vooral
geïnteresseerd in onderwater-natuur.
Dat de visie van de vissers belangrijk is, is nog eens onderstreept door het feit dat in het Plan De Venen als één
van de voorwaarden voor nieuwe natuur geldt, dat er eerst flink gebaggerd moet gaan worden.
Daarnaast heeft de visclub met haar ruim 900 leden ook veel “ogen” in de polder.
Een leuk voorbeeld is het kreeftenprobleem. Vissers merkten als eerste dat er een explosie van Amerikaanse
rivierkreeften aan de gang was. Rivierkreeften richten veel schade aan waterplanten aan.
Er werd onderzoek opgezet door
allerlei instanties, die de waarnemingen van de vissers bevestigden.
Na twee strenge winters waren het ook de vissers, die vaststelden dat het kreeftenprobleem nu weer een stuk minder is.
Soms treden er problemen op in de polder. Een aantal boeren legt vlotjes in de sloten als broedplaats voor de zwarte stern.
De zwarte stern komt in mei of juni aangevlogen vanuit het zuidpoolgebied,
legt als een haas eieren, broedt ze uit en maakt de jongen vliegvlug en in augustus gaan ze al weer terug naar de zuidpool.
Het is vervelend als de sterns tijdens dit korte proces verstoord worden door vissers, die er natuurlijk ook in mei en
juni vrolijk op uittrekken in de polder.
Daarom heeft de visclub een aantal bordjes gemaakt, waarop staat, dat er in een sloot sterns broeden en dat je er
dus niet mag vissen.
Kortom, samen in de polder zie je meer, weet je meer en met enige inschikkelijkheid passen we er allemaal in.
Een openluchtmuseum aan de Bovendijk
In de tweede helft van de vorige eeuw verdwenen steeds meer kleine landschapselementen uit onze veenweiden. Deze cultuurhistorische natuurgebiedjes waren veelal door de boeren aangelegd. Het ging om geriefhoutbosjes, petgaten (veen-en kleiputten), rietkragen, kronkelige slootpatronen (restanten van vroegere veenstroompjes) e.d. Door het verdwijnen van die gebiedjes door de moderne agrarische bedrijfsvoering dreigde het landschap steeds meer een groot groen biljartlaken te worden.
Die ontwikkelingen waren een doorn in het oog van o.a. de mensen van de hengelsportvereniging Wilnis en van de
Milieuvereniging Leefbaar Mijdrecht Wilnis. De secretarissen, respectievelijk de heren Groenendijk en Grootegoed,
hebben toen, samen met wijlen de heer Gert Kool, het initiatief genomen om een soort openluchtmuseum van kleine
landschapselementen aan te leggen op een gebied van ruim 3 ha aan de Bovendijk.
Daartoe werd in 1985 stichting
De Bovenlanden opgericht.
Met gesloten beurzen verwierf de stichting het gebied. Door een zorgvuldige afgraving
van de teeltlaag van het weiland werd een goede ondergrond verkregen voor een geweldige natuurontwikkeling.
Er werden drie verschillende gebiedjes aangelegd. Zo kwam er een moerassig gebied, waar alleen regen- en grondwater
toegang tot had en een stuk waar oppervlaktewater op stroomde bij hoge waterstand.
Daar schreef Anja de Kruijf de vorige keer over. Aan de voorkant werd het gebied wat droger gehouden.
Deze drie gebiedjes gaven na verloop van tijd een heel verschillende plantengroei te zien.
Daarover zullen we u binnenkort wat meer vertellen.
In het midden werd een kleiput uitgegraven met een glooiende helling,
die goed zou moeten zijn voor de waterflora en –fauna. Op de achtergrond werd door de Wilnisse
schoolkinderen in 1988 op een eilandje een geriefhoutbosje aangeplant.
De gemeente had voor een veerpontje gezorgd. Ondertussen is het bosje, net als de kinderen volwassen geworden.
Een volgende maal zullen we over geriefhoutbosjes vertellen.
Tenslotte werden nog twee restanten van de oorspronkelijke sloten bewaard met de bedoeling dat daar
langzamerhand verlanding zou optreden. Dat proces is nog in volle gang.
Dit is de tweede column van stichting De Bovenlanden.
Zo wil de stichting u op de hoogte houden van de ontwikkelingen op hun natuurterreinen.
Met het dichtdraaien van subsidiekranen door de regering zijn we steeds meer afhankelijk van onze donateurs
en sponsors.
Voor € 7 per jaar bent u al donateur (tel. 256755).
Jan van 't Riet, Oud-voorzitter Stichting de Bovenlanden
De weidemolen
Wie wel eens over de Bovendijk in Wilnis rijdt zal het niet zijn ontgaan. Daar staat, tegenover het golfterrein, trots in de weidse natuur een kleine windmolen. Deze windmolen is van het type weidemolen. De weidemolen behoort tot de allerkleinste molens.
De weidemolen werd met name in Noord Holland op grote schaal toegepast in polders. De polders, bestaande uit veengrond, klonken niet overal evenveel in. Het centraal vastgestelde waterpeil was dan ook niet naar ieders wens. De weidemolen werd als oplossing hiervoor, ingezet om kleinschalig water in of uit- te laten. Oorspronkelijk waren de weidemolens van hout, soms zelfs uitgevoerd met zeilen.
De moderne weidemolens beleven weer een bescheiden opmars.
Deze opmars is te danken aan de nieuwe inzichten met betrekking tot natuur en milieubehoud.
En dat is ook waarvoor de weidemolen aan de Bovendijk wordt ingezet.
Stichting De Bovenlanden is daar eigenaar en beheerder van drie hectare natuurterrein.
Gestart is met het verwijderen van de bemeste bovenlaag .
Op de armere, nattere grond konden zeldzame plantensoorten tot ontwikkeling komen.
Door peilverlaging trad er toch weer verdroging op. De weidemolen wordt nu ingezet om deze verdroging tegen te gaan.
Er wordt water in gelaten.
Door verdroging als gevolg van bemaling en inklinking van de veengrond is veel fraaie en kwetsbare natuur verloren gegaan.
De Stichting De Bovenlanden probeert, met inzet van uitsluitend vrijwilligers,
bestaande kleinschalige natuur te behouden en eventueel te herstellen.
De Bovendijk is één van de negen gebieden die de stichting in beheer heeft.
Het resultaat van de werkzaamheden is overweldigend, zeldzame plantensoorten als rietorchis, zonnedauw,
koningsvaren zijn terug gekeerd.
Uit een planteninventarisatie in 2010 bleek dat het gebied rijk is aan wel 180 plantensoorten!
Deze diversiteit aan plantensoorten trekt weer insecten aan. De insecten zangvogels en de zangvogels… roofvogels.
Zo kunnen we spreken van een mooie biodiversiteit en een beter evenwicht.
Mede met dank aan de weidemolen!!!
Dit is de eerste column uitgebracht door de Stichting De Bovenlanden. Met deze column wil de stichting u regelmatig
op de hoogte houden van alle wetenswaardigheden van de natuurterreinen die de stichting beheert.
Nieuwsgierig waar u de overige natuurgebiedjes kunt vinden kijk dan op www.debovenlanden.nl.
Draagt u het werk van de Stichting De Bovenlanden een warm hart toe dan nodig ik u uit donateur te worden. Voor € 7,- bent u al donateur.
Anja de Kruijf, Bestuurslid Stichting De Bovenlanden